Keuring onder het zadel

Naast de keuring aan de hand kennen we de keuring onder het zadel. Deze vorm van keuren wordt vooral gebruikt voor het (levenslang) goedkeuren van hengsten en merries.

Een keuring aan de hand begint met het opmeten van het paard en een controle door een dierenarts. 

Bij een keuring onder het zadel wordt het paard eerst aan de hand getoond. Daarna wordt het paard onder het zadel voorgesteld (verrichtingen). Hierbij wordt gebruik gemaakt van een telgangbaan. De voorbrenger mag deze vijf keer in elke richting rijden om de rijkwaliteiten van het paard te tonen. De volgorde van de getoonde gangen is hierin vrij.

Tijdens de verrichtingen worden de verschillende onderdelen beoordeeld. Niet elk onderdeel telt even zwaar in de beoordeling. De volgende onderdelen (%) worden beoordeeld:

  • tölt (15%)
  • draf (7.5%)
  • telgang (10%)
  • galop (4.5%)
  • temperament en karakter (9%)
  • algemene indruk/beeld onder de ruiter(10%)
  • stap (4%)

De verrichtingen resulteren in een score van 60%.

Na de verrichtingen wordt het paard zo opgesteld, dat het exterieur beoordeeld kan worden. Hierbij is het gewenst dat het paard alert is, maar wel ontspannen. 

De exterieur beoordeling wordt samengesteld uit cijfers voor verschillende onderdelen. De volgende onderdelen worden beoordeeld (%):

  • hoofd (3%)
  • hals, schouder, schoft (10%)
  • rug, achterhand (3%)
  • verhoudingen (7.5%)
  • benen (kwaliteit) (10%)
  • benen (gewrichten) (3%)
  • hoeven (6%)
  • staart en manen (1.5%)

Het exterieur telt voor 40% mee, de verrichtingen voor 60%.

In Nederland geldt dat hengsten worden goedgekeurd voor de dekdienst als zij gemiddeld hoger scoren dan 7.75. Voor merries geldt dat zij zijn goedgekeurd bij een score van 7.5 of hoger.