Welke keuringen zijn er?

Keuring onder het zadel

Keuring onder het zadel

De keuring onder het zadel wordt vooral gebruikt voor opname in het Hoofdstamboek van hengsten en merries en het (levenslang) goedkeuren van hengsten voor de dekdienst.

De keuring onder het zadel start met het meten van het paard. Voor de exterieurbeoordeling toont de voorbrenger het paard aan de hand, stelt het voor de jury op en beoordeelt de jury ook de stand van de benen in draf en stap op een rechte lijn.

Het voorstellen van het paard onder het zadel (verrichtingen/rijeigenschappen) gebeurt op een keuringsbaan van tenminste 250 meter lang. De voorbrenger mag vijf keer in elke richting op en neer rijden om de rijkwaliteiten van het paard te tonen. De volgorde van de getoonde gangen is hierin vrij. Er zijn twee rondes. In tweede ronde mag de voorbrenger 3 keer in elke richting op en neer en zijn er doorgaans 2-3 paarden in de baan. In deze tweede ronde kan de jury  beslissen om de punten voor een getoond onderdeel te verhogen of te verlagen.

Voor de eindbeoordeling telt het exterieur voor 35% mee, de verrichtingen voor 65%.

Linda Roosen met Júlía frá Rósagrund, FIZO 2025. Foto: Patty van der Kaaij
Patty van der Kaaij

Keuring onder het zadel

Beoordeling

De exterieur beoordeling is samengesteld uit cijfers voor verschillende onderdelen, met ieder een eigen gewicht (%):

  • hoofd – 2%
  • hals, schouder, schoft – 8%
  • rug, achterhand – 5,5%
  • verhoudingen – 7%
  • benen (kwaliteit) – 4%
  • benen (gewrichten) – 2%
  • hoeven – 5 %
  • staart en manen – 1,5 %

 

De beoordeling van de verrichtingen is samengesteld uit cijfers voor verschillende onderdelen met een bijbehorend gewicht (%): 

  • tölt – 16% 
  • draf – 9% 
  • telgang – 10 % 
  • langzame galop – 4%
  • snelle galop – 3% 
  • temperament en karakter – 7%
  • algemene indruk/beeld onder de ruiter- 10 %
  • stap – 6%

De beoordeling vindt plaats op een schaal van 5.0 tot 10. Wanneer een gang niet getoond wordt, krijgt het paard voor dat onderdeel een 5.0.

Het NSIJP neemt hengsten op in het Hoofdstamboek als zij gemiddeld hoger scoren dan 7.75. Voor merries geldt dat zij in het Hoofdstamboek worden opgenomen bij een score van 7.5 of hoger.

Keuringen onder het zadel worden verreden volgens de regels die zijn opgenomen in de FEIF Breeding Rules and Regulations.

Voorafgaand aan de keuring dient het DNA van alle paarden op afstamming te zijn geverifieerd en moeten hengsten een spatonderzoek ondergaan aan de hand van het bijgevoegde ‘spatprotocol’  > link.

 

Nederland kent ook nog de FUTURITYKEURING

De futurity keuring geldt niet als een officiële keuring, maar is bedoeld voor paarden en/of ruiters die ervaring op willen doen met het rijden van een keuring onder het zadel. Bovendien geeft deze keuring ruiters en eigenaren inzicht in de haalbaarheid van de officiële keuring. De scores van de futuritykeuring worden niet geregistreerd, maar deze keuring wordt wel geheel volgens de regels van de keuring onder het zadel gehouden.

Keuring aan de hand

Keuring aan de hand - bedoeld voor jonge hengsten (en merries)

Een keuring aan de hand begint met het opmeten van het paard. 

De keuring vindt plaats in een afgesloten omgeving, zoals een binnenbak. De voorbrenger(s) leiden het paard en tonen kort de gangen. Daarna laat men het paard los en beoordeelt de jury de gangen in vrijheid (verrichtingen). De jury kijkt naar ruimte in de gangen, gangenaanleg (vier- of vijfganger), tempobereik, souplesse en draagkracht. En ook hoe het paard op de voorbrenger(s) reageert. 

De verrichtingen resulteren in een kwalificatie: ondergemiddeld, gemiddeld, bovengemiddeld. 

Na de verrichtingen stelt men het paard op, voor de exterieur beoordeling. Het paard is hierbij alert, maar wel ontspannen. 

Kelly Groenestijn
Kelly Groenestijn

Keuring aan de hand

Beoordeling

De exterieur beoordeling wordt samengesteld uit cijfers voor verschillende onderdelen. Niet elk onderdeel telt even zwaar (%):

  • hoofd – 2%
  • hals, schouder, schoft – 8%
  • rug, achterhand – 5,5%
  • verhoudingen – 7%
  • benen (kwaliteit) – 4%
  • benen (gewrichten) – 2%
  • hoeven – 5%
  • staart en manen – 1,5%

 

In Nederland geldt dat jonge hengsten worden goedgekeurd voor de dekdienst wanneer zij tenminste 7.75 halen voor het exterieur en tenminste ‘gemiddeld’ voor de verrichtingen. Wanneer zij dit alles met goed gevolg afleggen, zijn zij voor één jaar (tot 1 januari van het daaropvolgende jaar) goedgekeurd voor de dekdienst.

Garðar frá Sælandi, FIZO 2025. Foto: Patty van der Kaaij.
Patty van der Kaaij
Kelly Groenenstijn
Kelly Groenenstijn

Merrie- en veulenkeuring

Keuring aan de hand volgens lineair score systeem

Deze keuringen zijn bedoeld voor veulens en merries.

Veulens worden voorgesteld op aanwijzing van de jury. De veulens worden beoordeeld op interieur (karakter/ temperament), op exterieur en op gangen volgens het door het NSIJP ontwikkelde formulier voor de “beoordeling van jonge paarden en veulens”. Het oordeel wordt uitgedrukt in een puntenwaardering tussen 6 en 8.5 voor ieder van de genoemde onderdelen, waarbij het interieur voor 20% meeweegt, het exterieur voor 30% en de gangen voor 50%.

Merries worden voorgesteld op aanwijzing van de jury. De merries worden op dezelfde wijze beoordeeld als de veulens, de wegingsfactoren voor interieur en exterieur zijn hetzelfde als bij de veulens, dus interieur 20%, exterieur 30% en gangen 50 %.

Lees hier een uitgebreide beschrijving m.b.t. het voorbrengen van veulens en merries op een NSIJP keuring aan de hand.