Te warm of niet te warm voor de IJslander?

Het komt steeds vaker voor dat we te maken krijgen met perioden van extreme hoge temperaturen. De welzijnscommissie van het NSIJP wil via dit artikel “hittestress” onder de aandacht brengen en tips geven zodat eigenaren zelf actie kunnen ondernemen om problemen te voorkomen.

Hittestress bij paarden

Wanneer een paard last heeft van hittestress is het lichaam te warm geworden en is het dier niet meer in staat om zelf de lichaamstemperatuur te regelen. Paarden zijn warmbloedige dieren met een normale lichaamstemperatuur tussen 37,0°C en 38,0°C. Vanaf 38,5°C spreekt men van koorts. De lichaamstemperatuur wordt hoger als een paard veel beweegt of in de volle zon staat. Boven de 40°C ontstaat het risico dat lichaamscellen kapot gaan (hittestress). Behalve puur de buitentemperatuur beoordelen is ook de luchtvochtigheid van belang: hoe vochtiger hoe moeilijker dieren hun warmte kwijt kunnen. Bij een hoge luchtvochtigheid, zorgt het zweet onvoldoende voor verkoeling (het verdampt niet) en raakt het paard zijn warmte niet kwijt. Typische symptomen van hittestress zijn: gedaalde prestaties, stijve gangen, lomigheid, verhoogde ademhaling, niet willen eten, verhoogde hartslag en uitdroging. Uitdroging is te herkennen aan dehuidplooi test: neem op de hals een huidplooi tussen je vingers, als de huid bij loslaten niet binnen 4 seconden verstrijkt, is er sprake van een vocht tekort. Neem de temperatuur van het paard op.

Wat gebeurt er in het paardenlijf bij hogere temperaturen?

De thermoneutrale zone (of comfortzone) van een paard ligt tussen de buitentemperatuur van 0-5°C en 25°C. Dit betekent dat binnen deze range het paard niets hoeft te doen om zijn lichaamstemperatuur te behouden. Onder de 0-5 °C en boven 25°C zal het paard wel moeten compenseren, bijvoorbeeld via spierrillingen wanneer de lichaamstemperatuur daalt onder 0-5°C en via zweten of ‘panten’ (snel en oppervlakkig ademhalen) wanneer de temperatuur boven 25°C komt. Lichaamscellen kunnen bij temperaturen boven de 40°C kapot gaan, omdat eiwitten (onderdeel van onder andere enzymen, cellen en spieren) ‘denatureren’; de eiwitten veranderen van vorm en verliezen hun functie. De schade aan de lichaamscellen is niet omkeerbaar, dus blijvend. Er kan ook schade aan organen ontstaan. Bij het zweten verliest het dier veel vocht en lichaamszouten (elektrolyten). Gelukkig heeft het paard een vocht- en elektrolytenreservoir in de dikke darm (bij voldoende ruwvoer in het rantsoen). Maar bij een te hoog verlies van elektrolyten verandert de mate van doorbloeding dat van invloed kan zijn op de organen en op het herstel na zware inspanning.

Hittestress voorkomen?

Ok, hittestress kan dus schadelijk zijn voor een paard en is daardoor onwenselijk. Wat kan je doen om het risico op hittestress en eventuele schade te voorkomen? Je kan op diverse niveaus zaken aanpassen om de mate van hittestress te verkleinen. Dit kan in de voorbereiding op de inspanning, tijdens de inspanning, na de inspanning en in rust. Maar de simpelste aanpassing die je kan doen, is besluiten om bij extreme temperaturen te voorkomen dat het paard zich in spant, dus bijvoorbeeld niet mee doen aan een wedstrijd of trektocht. Als eigenaar/gebruiker ben je ten alle tijden verantwoordelijk voor het welzijn van je paard. Volgens de wet ben je als eigenaar verplicht paarden tegen hitte te beschermen en is transport bij hoge temperaturen niet toegestaan (zie kader).

Welke wetten en regelgeving zijn belangrijk?

Het Besluit Houders van dieren bepaalt dat paarden in de wei beschermd moeten worden tegen koude- en hittestress. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op hoe dieren gehouden en behandeld worden volgens de wettelijke regels. De regels gelden zowel voor het houden als voor het vervoeren van paarden. De NVWA hanteert de drempelwaarde van 27 graden Celsius. NVWA: “Als u bij hitte geen schaduw biedt aan uw dieren dan bent u in overtreding. Ook als de dieren (nog) geen kenmerken van hittestress vertonen. Schaduw creëren in de wei kan bijvoorbeeld met bomen, heggen, parasols of schaduwdoeken. Zorg dat de dieren kunnen drinken. Ook kunt u de dieren ’s nachts in plaats van overdag in de wei laten lopen”. De inspecteurs van de NVWA kunnen bij het niet naleven van de regels een boete opleggen, een waarschuwing geven of een maatregel laten opleggen. Boven de 27°C houdt de NVWA verscherpt toezicht op het transport van dieren. Bij een omgevingstemperatuur van 30°C is het (internationale) dierentransport van langer dan 8 uur niet toegestaan. Stijgt de temperatuur tot 35°C dan mogen er geen dieren vervoerd worden.

Goede voorbereiding

Door een paard voor te bereiden en te laten wennen aan inspanning bij hogere temperaturen is het noodzakelijk om juist in die omstandigheden te gaan trainen. Dit trainen dient wel zorgvuldig opgebouwd te worden en het dier moet al wel een goede basisconditie hebben. In 2 weken is het dan mogelijk om het dier (en de ruiter) te laten wennen aan de nieuwe omstandigheden (acclimatiseren). Een nadeel in Nederland is, dat de omstandigheden zeer wisselend zijn, zo kan het wekenlang max 18°C zijn om dan in 1 dag om te slaan naar 28°C. Als dat precies op de wedstrijddag gebeurt, is het dier nog niet gewend aan de hogere temperatuur. Een goede basisconditie hangt ook samen met een juiste Body Condition Score . Een paard dat minder overtollig gewicht hoeft mee te nemen, heeft het minder zwaar bij hogeretemperaturen. En het paard kan warmte minder goed kwijt door een isolerend vetlaagje. Door de kleine oppervlakte/ volume verhouding, kleine oren en een relatief dikke vacht heeft een IJslander relatief meer moeite met het kwijtraken van warmte. Maar er zijn ook individuele verschillen; binnen een ras kan het ene individu beter omgaan met hitte dan het andere. Voor zieke, jonge of oude dieren, voor dieren met overgewicht of met chronische aandoeningen zijn hete omstandigheden een grotere uitdaging. Wanneer de temperatuur opeens toeneemt en jouw IJslander nog dik in de vacht zit, kan gedeeltelijk scheren ervoor zorgen dat het paard de warmte makkelijker kwijt kan.

Tijdens en na de inspanning

Mocht je besluiten om ondanks de hoge temperatuur wel mee te doen aan een wedstrijd of lange afstandsrit, dan is er nog een aantal zaken om het risico op hittestress te verkleinen. Voorbeelden zijn het aanbieden van voldoende water en ervoor zorgen dat je paard leert te drinken op vreemd terrein. Naast vocht bevat zweet ook elektrolyten. Het heeft geen zin om vóór het zweetverlies extra zouten te geven, maar wel ná de inspanning. Dit kan met een elektrolytensupplement of keukenzout. Het vult wat tekorten aan, maar nog belangrijker, het stimuleert de dorstprikkel. Na de inspanning kan door goed met koud water koelen het paardenlijf veel warmte kwijt raken (zie kader). Daarom worden in de endurance sport bij iedere vetgate (pauze en controle plaats tijdens de wedstrijd) de dieren standaard gekoeld. Dit kan zelfs tijdens de inspanning , door flessen water leeg te gieten over de hals. Uiteraard zijn het aanpassen van het tempo, duur van de inspanning en moment van de inspanning maatregelen die vrij gemakkelijk het risico op het ontstaan van hittestress kunnen voorkomen. Hier ligt ook een verantwoordelijkheid bij organisaties van paardenevenementen, maar ook bij de ruiters die daaraan meedoen.

Tips om een paard op vreemd terrein te leren drinken

Een paard met stress zal niet drinken, stress kan verminderen wanneer het water bekend ruikt en je een vertrouwde emmer gebruikt, neem dan het water van huis mee. Oefen thuis met drinken uit de emmer die je ook op wedstrijd of buitenrit gebruikt. Blijf het niet eindeloos aanbieden, het paard moet leren de gelegenheid te pakken als die er is. Wanneer je paard niet drinkt kan het helpen om een smaakje toe te voegen, bijvoorbeeld een beetje appelsap. Doe dit thuis en kijk wat je paard lekker vindt, grote kans dat als je op wedstrijd dit smaakje door het vreemde water doet, je paard het wel gaat drinken. Op buitenrit kan het handig zijn om je paard onderweg uit plassen, sloot of beek te laten drinken. Wil je paard nog steeds niet drinken op vreemd terrein? Geef nat hooi of een slobber van bijvoorbeeld bietenpulp (en doe daar dan een theelepel zout door).

In de wei/paddock

Ook in de wei of in een paddock kan een paard het op warme zonnige zomerdagen zonder wind te warm krijgen. Daarom moet een paard in de wei altijd ergens de schaduw/beschutting op kunnen zoeken onder een boom of onder een afdak. Ook hier geldt dat er altijd voldoende fris water beschikbaar moet zijn. Het weer kunnen we niet sturen, maar we moeten er wel rekening mee houden. Goed voorbereid kunnen we de komende zomer hopelijk veel mooie momenten beleven met de paarden!

Tip: protocol extreme temperaturen van sectorraad paarden voor meer informatie.

Auteurs: Flora Rosenbrand en Petra Lievens (Welzijnscommissie)