Te dik, te mager? Hoe is de conditie van jouw paard?

Het welzijn van paarden krijgt tegenwoordig veel aandacht. Paarden gezond houden en een zo natuurlijk mogelijk gedrag laten uitvoeren is belangrijk. Een gezond paard heeft een langere levensduur en minder kans op ziekten of blessures. De juiste voedingstoestand of body condition score is een van de kenmerken van een gezond paard. Overgewicht en vermagering zijn een risico voor allerlei aandoeningen. Het is niet zo eenvoudig om je paard in een goede conditie houden. Vooral het voorkomen van overgewicht blijkt lastig, gezien de vele paarden die hiermee te kampen hebben. Vandaar dat we de aandacht richten op het beoordelen van de body condition score. Door dit zelf regelmatig te controleren en tijdig training en voeding bij te stellen zijn excessen te voorkomen. En dat helpt het paard! 

Voeding krijgt veel aandacht

Er is veel te doen over paardenvoeding en wat vooral opvalt is het enorme assortiment aan voedingsproducten voor paarden. Al deze informatie en wat je wel of niet moet geven, kan ook tot verwarring en twijfels leiden. Niemand wil dat zijn of haar paard gezondheidsklachten krijgt als gevolg van een verkeerde voeding of conditie. Maar het maken van de juiste voerkeuze is een hele puzzel. Dit zou je niet moeten doen op basis van een mooie verpakking en pakkende marketingteksten, maar op basis van de conditie van je paard, de trainingsintensiteit en de kwaliteit van het ruwvoer. Uiteindelijk moet het paard met al het voer dat hij krijgt in de juiste ‘balans’ blijven. De energiebalans kan je zelf controleren door het bijhouden van de body condition score. 

In balans

Zowel over- als ondergewicht zijn het gevolg van een disbalans tussen de energieopname en de energiebehoefte. Het is best lastig om de ideale “calorie-balans” te vinden. Zeker omdat de gevolgen van teveel of te weinig voeren pas na een tijdje zichtbaar zijn. Door regelmatig de body condition score bij te houden, krijg je inzicht of deze aan het veranderen is. Tijdig bijsturen in het rantsoen, de training of onderzoek door de dierenarts kan dan erger voorkomen. 

Risico’s van overgewicht

De toename van vetreserves heeft een nadelig effect op de stofwisseling van het paard. Door de productie van bepaalde stoffen in het vetweefsel kan het paard minder goed glucose of suiker uit het voer als energiebron gebruiken. Dit heet insulinedysregulatie. Suikers uit het voer leiden bij paarden met insulinedysregulatie tot een hele grote stijging van de bloedsuikerspiegel. Een paard met insulinedysregulatie maakt veel meer insuline aan dan normaal om te proberen deze suikerspiegel te laten dalen. Maar de insuline heeft in deze gevallen veel minder effect. De gevolgen van hele hoge insulinepieken kunnen uitmonden in hoefbevangenheid. Dit is het meest ernstige en pijnlijke gevolg van overgewicht. Of en wanneer het gebeurt is moeilijk te voorspellen. Bloedonderzoek helpt om inzicht te krijgen in de stofwisseling. Tijdig het paard laten vermageren geeft grote kans dat insulinedysregulatie verdwijnt en dus ook het risico op hoefbevangenheid. Daarnaast is overgewicht natuurlijk nadelig voor de prestatie, geeft meer risico op overbelasting en kan nadelig zijn voor de vruchtbaarheid.

Risico’s van vermagering

Onvoldoende opname van energie leidt tot verbruik van reserves. Als de vetreserves op zijn, gaat het paard spiereiwitten gebruiken als energiebron. Eiwitverlies en minder bespiering is nadelig voor de prestatie en gezondheid. Een mager paard kan zichzelf niet meer goed warm houden en de weerstand gaat achteruit en wordt gevoeliger voor andere ziekten. Zonder bespiering heeft het paard ook geen draagkracht meer en krijgt eerder blessures.

Energiebalans uitrekenen 

Op basis van het gewenste lichaamsgewicht (d.i. sterk gerelateerd aan de schofthoogte) en de trainingsintensiteit, dracht, groei of melkproductie is de energiebehoefte van elk paard uit te rekenen. Met alles wat het paard de hele dag eet en de kennis over de energie in deze voedermiddelen is ook energieopname uit te rekenen. Deze exercitie geeft een beeld van de huidige situatie, een momentopname dus. Bij een andere partij hooi, verandering in training of andere processen zou dit weer herhaald moeten worden om de energiebalans te controleren. 
Niet elk paard heeft dezelfde energiebehoefte, zelfs niet als ze ogenschijnlijk gelijk zijn en ook hetzelfde werk doen. Een rantsoenberekening is mooi, maar dit onthoudt je niet van de controle van de energiebalans aan het paard zelf. De body condition score.

Voedingstoestand of body condition score

De body condition score is een beoordeling aan het paard die aangeeft of het paard in energiebalans is, of dat er de laatste periode meer of minder energie is opgenomen dan nodig is. Een overschot aan energie wordt niet uitgescheiden (dat kan namelijk niet), maar opgeslagen als vet. Deze vetreserves gebruikt het paard als de energieopname minder is dan hij nodig heeft. Als deze opname, opslag en verbruik min of meer in balans zijn, zal het paard niet veel in gewicht of body condition score toe- of afnemen.

Is de opname structureel meer dan het verbruik, dan stijgen de vetreserves. Het paard slaat het vet in twee regionen op: 

  • Vet verzamelt zich rond de organen in de buik. Dit is van de buitenkant niet goed zichtbaar, tenzij het heel veel wordt. 
  • Vet wordt ook onder de huid opgeslagen. Als de vetreserve daar verandert heeft dat gevolgen voor het uiterlijk van het paard en als je doelgericht naar het vetlaagje voelt kan je verschil in dikte waarnemen.

Er is weinig bekend of het paard onder bepaalde omstandigheden verschil maakt in vetopslag in de buik of onder de huid.  We kunnen alleen de vetlaag onder de huid een score geven. Daar is de Body Condition Score op gebaseerd.

Leer de onderhuidse vetreserves te voelen

Te vaak krijgt een paard een beoordeling op basis van het beeld. Dat kan bij IJslandse paarden met een dikke vacht zeer vertekenend zijn. Bij het beoordelen van de body condition score kijk je naar het uiterlijk van het paard maar zeker ook voelen naar een aantal locaties om een indruk te krijgen van de dikte van het onderhuidse vetlaagje. Dus dat voelen mag je niet vergeten! Helemaal geen onderhuids vet komt alleen voor bij zeer magere paarden. Het vergt wat oefening en ervaring om de dikte van het vetlaagje een oordeel te geven. Zeker omdat je moet leren voelen wat het verschil is tussen huid, vetlaag en spierlaag. Een voorbeeld om dit te leren voelen is het vetlaagje op de ribben. Voor een gezonde conditie heeft het paard daar geen of maar heel weinig vet. Door je vinger op de huid te leggen en zachtjes naar de rib te duwen, kan je de dikte beoordelen tussen de huid en de rib. Omdat daar geen echte spierlaag ligt, mag je alles tussen vinger en bot (rib) als vet beoordelen. Is dit bijna niets, dan pleit dat voor een gezonde conditie. Maar is dat meer dan 1-2 centimeter, dan heeft het paard een overmatige conditie. Zie je de ribben of zijn de ribben onder de dikke vacht zeer duidelijk te onderscheiden dat is het paard te mager. Oefening baart kunst. Leer waar je naar moet voelen en oefen dit op verschillende paarden.

Beoordeling van de body condition score

De beoordeling bestaat uit twee delen. Je kijkt naar het paard als geheel en je voelt naar de aanwezigheid van vetreserves onder de huid.

Er zijn verschillende score systemen, zoals van 0-6 of 1-9. Of, zoals hier, van -2 naar +2. Uiteindelijk maakt het niet uit welk scoringsysteem je gebruikt. Als je in de communicatie maar toelicht op welke schaal je werkt. 

Algehele beeld van het paard

Voordat je het paard van dichtbij gaat beoordelen en afvoelen, kijk je naar het hele paard van de zijkant en van de achterkant. Het uiterlijk verandert bij overgewicht en bij vermagering. Een mager paard herkent iedereen makkelijker dan een te dik paard. Bij een mager paard zijn de vetreserves op en kan de bespiering afnemen. Je gaat meer van het skelet zien. Dunne hals, duidelijke schouder, ribben, bekken en heup zijn herkenbaar. Gezien van de achterzijde is de achterhand niet rond, maar meer hol dakvormig met een duidelijke ruggegraat. Beginnende overgewicht is moeilijker te zien. Let ook weer op de hals, die is duidelijk breder en de overgang naar de schouder is minder duidelijk. De romp is dieper, waardoor de benen korter lijken. De achterhand is rond tot hartvormig. De vorm van de achterhand wordt behalve door meer of minder vetafzetting ook bepaald door bespiering. Vandaar dat je naast kijken ook moet voelen en zo onderscheid kan maken tussen vet- of spierweefsel.

Locaties om te voelen

Voor paarden zijn er een zestal locaties vastgesteld waar je het vetlaagje kan beoordelen. Al deze verschillende beoordelen tezamen geven een indruk van de totale conditie. Er is wat discussie of je deze beoordelingen een aparte score moet geven en dan het gemiddelde moet bepalen voor het eindresultaat of dat het meer een eigen indruk is van het geheel. Omdat het vet ook onder de huid niet gelijkmatig verdeeld wordt kan de laatste methode prima als je enige ervaring hebt opgedaan.

  • Nek

Schuif de manen goed aan de kant en omvat met je hele hand de nek. Een dunne nek met weinig vetreserves is 2-3 cm dik en voelt soepel aan. Meer vet maakt de nek dikker (soms wel 8-10 cm!). Als de nek behalve dik ook hard en strak aanvoelt, kan dat een signaal zijn van insuline dysregulatie.

  • Achter de elleboog

Voel naar een redelijk lokale vetophoping achter de elleboog. Vet voelt hier wat blubberig aan en is hier bijna altijd wel te voelen. Pas bij zeer magere paarden is dit echt verdwenen. Het is een normale situatie zolang de vetophoping lokaal en beperkt is en zich niet helemaal naar de schoft toe uitbreidt.

  • Schoft

De schoft is een benige constructie en voelt dus hard aan. Aan beide zijde van de schoft kan zich vet verzamelen. Het voelt zacht aan en je kan het een beetje indrukken. Hoe meer dit te voelen is des te groter de vetreserve daar is. Voor een normale conditie is hier slechts weinig vet voelbaar.

  • Ribben

De ribben moeten voor een normale conditie direct onder de huid voelbaar zijn. Ze zijn niet zichtbaar, als dat zo is dan is het paard te mager (maar let op de dikke vacht en voel daar doorheen!).

  • Lendenen

De plek achter het zadel is bij een getraind paard bespierd. Maar daar bovenop kan een vetlaagje zitten. Bij een normale conditie voel je onder de huid een spierlaag, dit is wat harder en steviger dan vet. Een wat sponzig vetlaagje kan je voelen als het paard overconditie heeft. 

  • Staartaanzet

Naast en boven de staartaanzet kan zich vet ophopen. Ook dit voelt sponzig en zacht aan. Bij een grotere mate van overconditie is er een zichtbare rand. Een mager paard heeft juist holtes naast de staartaanzet.

Noteer wat je voelt en hou het bij

Omdat het enige tijd duurt voordat aanpassingen in het rantsoen veranderingen in de vetreserves laat zien, ben je altijd aan het bijsturen. Door je paard elke maand kritisch te beoordelen en dit te noteren, heb je veranderingen eerder in de gaten. Schrijf op wat je ziet en voelt. Je kan een score maken per locatie of voor het gehele paard. Je kan ook aangeven wat de dikte is van het vetlaagje in centimeters of millimeters. Maak een foto van je paard, steeds in dezelfde positie om te zien of de contouren veranderen.

Anticipeer

As je wacht tot de veranderingen groot zijn, is het corrigeren moeilijk en ingrijpend. Terwijl je dit kan voorkomen door elke keer op basis van je controle een kleine aanpassing te doen in voerhoeveelheid of training. Kijk vooruit en anticipeer op wat komen gaat. In de wei krijgen veel paarden meer energie (en eiwit) dan ze nodig hebben. Merries met veulens hebben veel energie en eiwit nodig, maar de meeste (sport)paarden niet. Wacht niet totdat ze te dik zijn om dan maatregelen te nemen. Stuur ze ook niet met overgewicht de wei in. Corrigeer het gewicht voordat het weideseizoen begint. In de winter kunnen paarden die wat meer moeite hebben om te kauwen (senioren) gewicht verliezen. Ook hierop kan je anticiperen. Voer ze tijdig bij om vermagering voor te zijn.

Aanpassingen om de conditie bij te stellen

Als je paard invalt en mager wordt is het belangrijk om eerste de oorzaak te achterhalen. Laat de dierenarts het paard nakijken. Misschien speelt er iets intern en is een behandeling nodig. Pas als je weet hoe de gezondheid van het paard ervoor staat, kan je ook het rantsoen aanpassen. Als het gebit bijvoorbeeld veel afwijkingen heeft of erg is afgesleten, is enkel het meer geven van hooi niet de juiste oplossing. Het paard heeft dan voer nodig dat zonder veel kauwen goed verteerd wordt en tevens gezond is en voldoende vezels levert. Naast problemen in het gebit, zijn wormbesmettingen, PPID (Pituitary Pars Intermedia Dysfunction)) en maagzweren veel voorkomende oorzaken van vermagering. Een merrie met veulen heeft een hele hoge energiebehoefte en kan op een verkeerd rantsoen ook gaan vermageren. Maar dat is met de juiste voeding wel te voorkomen. Een kwestie van ook hier de conditie blijven vervolgen en tijdig de juiste voeraanpassingen doen.

Overgewicht aanpakken is niet altijd makkelijk. Om de eenvoudige reden dat het paard toch zijn ruwvoer nodig heeft. Ruwvoer beperken mag tot op zekere hoogte, maar dan is er wel een goed voermanagement nodig. In een groepshuisvesting is ruwvoer beperken niet goed mogelijk, want dan krijg je meer strijd om het eten en winnen de hoogste in rang. Verhoog, als het kan, de energiebehoefte door het paard meer te laten werken. Het paard verbrand niet alleen meer energie tijdens de trainingsuren, maar ook daarbuiten. De zogenaamde ruststofwisseling verbruikt namelijk meer energie als het paard zich regelmatig flink moet inspannen. Voorkom wel dat je meer eten gaat geven na het werken, anders zal de energie niet uit de vetreserves gehaald worden(!). Een echt vermageringsdieet heeft nogal wat voeten in de aarde. Je kan dit makkelijk verkeerd doen en dan heeft het of geen effect of het paard gaat zijn eigen spieren afbreken door een eiwittekort. Vraag advies aan een voedingsdeskundige.

Body Condition Score – Goed voeren doe je met je ogen en je handen

Letterlijk door te voelen naar de vetreserves krijg je een indruk van de conditie van je paard. Natuurlijk heeft niet elk paard altijd een ideale body condition score. Dat is ook niet erg. Het doel is om excessen te voorkomen. Als het paard niet ziek is of niet heel erg oud, zou een sterke vermagering en een grote vetopslag niet hoeven te gebeuren. En dat voorkomt veel ellende en paardenleed.

Auteur: Anneke Hallebeek, Welzijnscommissie