Eigenschappen

Foto: Henk Peterse
Foto: Henk Peterse

Het zal niemand verbazen dat een IJslander net als ieder ander paard in de drie basisgangen stap, draf en galop kan gaan. Interessanter wordt het als je ontdekt dat een IJslander zich in vier en soms vijf verschillende gangen kan voortbewegen. Deze extra gangen heten tölt en telgang. Het zijn natuurlijke gangen die veulens van enkele uren oud al tonen. De IJslander is niet het enige ras dat over deze extra gangen beschikt. Vele paarden van allerlei min of meer bekende rassen bewegen zich voort in tölt en telgang.

Tölt
De voetvolgorde van tölt is gelijk aan die van stap. Het verschil zit echter in het optillen en neerzetten van de hoeven. Gevolg hiervan is, dat het paard in stap afwisselend op twee of op drie benen staat en in tölt op twee benen of op één been tegelijk steunt. Een IJslander kan in tölt verschillende tempi lopen; dit varieert van een langzame draf tot een flinke galop. Doordat er in tölt geen zweefmoment bestaat, zoals in draf, ervaart de ruiter ook nooit (onaangename) opwaartse bewegingen en kan men ontspannen in het zadel blijven zitten. In tölt draagt het paard zijn hoofd en hals hoog. Er ontstaat een trotse beweging, versterkt door het ritmisch meedansen van de staart. Het gewicht wordt voornamelijk door de achterhand gedragen, zodat de voorbenen en schouders vrij kunnen bewegen. Bij zeer goede tölters gaat dit gepaard met een hoge knieactie. Behalve spectaculair is de tölt op de eerste plaats een comfortabele gang, zowel voor het paard als voor de ruiter.

Telgang
Telgang zien we niet alleen bij IJslanders, maar ook bij andere dieren. Zo loopt een hond aan de lijn vaak in telgang, kamelen en dromedarissen gaan uitsluitend in telgang en hetzelfde geldt voor giraffen. In tegenstelling tot de draf wordt niet het diagonale maar het laterale benenpaar gelijktijdig opgetild. Hierdoor ontstaat voor de ruiter een heen en weer schommelende beweging.